ECLI:NL:PHR:2003:AF7557
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en beoordeling van de conserverende aanslag bij emigratie van een aanmerkelijk-belanghouder
Belanghebbende, die alle aandelen in een BV hield, emigreerde naar Curaçao en kreeg een conserverende aanslag opgelegd over een fictief vervreemdingsvoordeel uit aanmerkelijk belang. Het Hof Amsterdam verklaarde het beroep gegrond, kende uitstel van betaling toe en veroordeelde de fiscus in proceskosten. Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris stelden cassatieberoep in, waarvan de Staatssecretaris het eigen beroep introk.
De Hoge Raad analyseerde de fiscale regeling rond de conserverende aanslag, die inhoudt dat belasting over de waardestijging van aandelen wordt vastgesteld bij emigratie maar pas wordt geïnd bij daadwerkelijke vervreemding binnen tien jaar. Dit systeem voorkomt directe belastingheffing bij emigratie en sluit aan bij het OESO-modelverdrag en Nederlandse belastingverdragen.
De Raad verwierp klachten dat de aanslag in strijd zou zijn met het recht op vrije vestiging of internationale verdragen, mede omdat belanghebbende geen EU-lidstaatonderdaan was en de aanslag een legitiem doel dient. Ook het verrekenen van verliezen met het fictieve vervreemdingsvoordeel werd als wettelijk toegestaan beoordeeld.
Ten aanzien van de proceskostenvergoeding oordeelde de Hoge Raad dat het Hof de vergoeding van kosten in de bezwaarfase niet volledig had behandeld, wat onjuist was. De forfaitaire vergoeding in de beroepsfase was echter passend en niet onredelijk. Klachten over schending van het EVRM en IVBPR werden verworpen omdat het Nederlandse systeem binnen de redelijke grenzen valt.
De Hoge Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het arrest van het Hof en verwees de zaak naar een ander Hof voor verdere behandeling, met name over de proceskostenvergoeding in de bezwaarfase.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling.