ECLI:NL:PHR:2003:AI0355
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over uitlevering vanuit Aruba en vereisten wetgeving en cassatiemogelijkheid
In deze zaak staat de uitlevering van twee ingezetenen van Aruba aan de Verenigde Staten centraal. Eisers voerden aan dat het Nederlands-Antilliaans Uitleveringsbesluit onverbindend is omdat een wet in formele zin vereist zou zijn volgens de Grondwet en dat het ontbreken van cassatieberoep tegen het uitleveringsadvies van het hof een discriminatie vormt ten opzichte van Nederlanders die vanuit Nederland worden uitgeleverd.
De Hoge Raad bespreekt uitvoerig de verhouding tussen het Statuut, de Grondwet en het Uitleveringsbesluit. Hij bevestigt dat het Statuut uitlevering als Koninkrijksaangelegenheid regelt en dat voor Aruba een algemene maatregel van rijksbestuur volstaat. Het beroep op art. 2 lid 3 Grondwet Pro dat voorschrijft dat uitlevering bij wet moet worden geregeld, wordt verworpen omdat dit artikel niet ziet op Aruba en de Nederlandse Antillen, maar op Nederland zelf.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het ontbreken van cassatieberoep tegen het uitleveringsadvies van het hof geen onrechtmatige discriminatie oplevert, mede omdat de drie landen eigen rechtsstelsels hebben en dat het op de wetgever is om ongelijkheden weg te nemen. Ten slotte worden de inhoudelijke bezwaren tegen het uitleveringsadvies, zoals toetsing aan Arubaans recht en dubbele strafbaarheid, verworpen omdat het hof de juiste maatstaven hanteerde. De cassatie wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het Nederlands-Antilliaans Uitleveringsbesluit is rechtsgeldig en de uitlevering aan de Verenigde Staten is rechtmatig.