Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
NJ2017/171 m.nt. Schalken, schreef mijn ambtgenoot Aben dat uit rechtspraak van de Hoge Raad inmiddels kan worden opgemaakt dat voor de uitleveringsprocedure op Aruba, Curaçao en Sint Maarten moet worden aangesloten bij het systeem van het Nederlandse uitleveringsrecht voor wat betreft de onschuldbewering en de mogelijkheid van het met het oog op het onderzoek daarvan oproepen van getuigen, de schorsing van het onderzoek ter zitting en de wijze waarop het onderzoek na schorsing moet worden hervat, de beoordeling van het beroep op bijzondere hardheid van de uitlevering voor de opgeëiste persoon, de eis dat de einduitspraak is gewezen door de rechter die heeft meegewerkt aan de tussenbeslissing waarop de einduitspraak voortbouwt en de eis van een voldoende duidelijke vermelding van de feiten waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan. [15] Daaraan is door het arrest van de Hoge Raad van 21 maart 2017 de last tot aanwijzing van een raadsman door de voorzitter van het Hof indien de opgeëiste persoon geen raadsman heeft, toegevoegd.