ECLI:NL:PHR:2004:AR5013
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling rijden onder invloed van cannabinoïden zonder bewijs van afwijkend rijgedrag
In deze zaak stond de vraag centraal of voor een veroordeling wegens rijden onder invloed van cannabinoïden op grond van artikel 8 lid 1 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 het feitelijk vaststellen van afwijkend rijgedrag of uiterlijke kenmerken noodzakelijk is. De verdachte was door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens het besturen van een motorrijtuig onder invloed van cannabis, waarbij het hof zich baseerde op een NFI-rapport dat een relatief hoge concentratie cannabinoïden in het bloed van de verdachte aantoonde.
De Hoge Raad bevestigde dat het delict een gevaarzettingsdelict betreft waarbij het niet vereist is dat daadwerkelijk gevaarlijk is gereden of dat afwijkend rijgedrag is vastgesteld. Beslissend is of uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat de verdachte onder zodanige invloed verkeerde dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht. Dit kan ook op basis van een vermoeden worden aangenomen, waarbij de aanwezigheid van een voldoende hoge concentratie cannabinoïden in het bloed en het tijdstip van gebruik ten opzichte van het besturen van het voertuig belangrijke factoren zijn.
De verdediging voerde aan dat het hof onjuist had geoordeeld en onvoldoende had gemotiveerd, met name door het negeren van een rapport van prof. Uges. De Hoge Raad oordeelde dat het hof binnen zijn beoordelingsvrijheid had gehandeld en dat het niet verplicht was om alle bewijsstukken te motiveren, zeker niet wanneer het hof de waarde van bepaalde stukken niet relevant achtte.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling van de verdachte tot een geldboete en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid in stand bleef. De uitspraak verduidelijkt de normstelling en bewijslast bij rijden onder invloed van drugs, waarbij de aanwezigheid van de stof en de mate van beïnvloeding centraal staan, niet het feitelijk geconstateerde rijgedrag.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens rijden onder invloed van cannabinoïden blijft in stand.