ECLI:NL:PHR:2006:AR6478
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over omkering van de bewijslast bij fiscale meewerkverplichtingen en administratieplicht
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak over de omkering van de bewijslast in het kader van een boekenonderzoek naar de loonbelasting en premie volksverzekeringen over 1995. De belanghebbende had niet voldaan aan zijn fiscale meewerkverplichtingen, zoals het niet tijdig verstrekken van gevraagde informatie en het niet bewaren van administratie volgens de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR).
De inspecteur had een naheffingsaanslag opgelegd en een boete aangekondigd wegens het niet voldoen aan de inlichtingenplicht en administratieplicht. De belanghebbende voerde onder meer aan dat de omkering van de bewijslast onterecht was omdat de inspecteur zijn vragen niet had gesteld en dat de sanctie in strijd was met het proportionaliteitsbeginsel en het EVRM.
De Hoge Raad bevestigt dat omkering van de bewijslast kan plaatsvinden bij niet-nakoming van fiscale meewerkverplichtingen, ook tijdens de bezwaarfase, en dat de inspecteur binnen redelijke grenzen vrij is in het gebruik van zijn bevoegdheden. Wel wordt benadrukt dat de sanctie niet mag leiden tot schending van het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro. Daarnaast wordt de bewaarplicht van administratieplichtigen onder artikel 52 AWR Pro strikt toegepast.
De uitspraak bevat een uitgebreide analyse van de wettelijke bepalingen, jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, en de verhouding tussen fiscale sancties en fundamentele rechten. De Hoge Raad oordeelt dat de omkering van de bewijslast in dit geval niet onrechtmatig is en dat de sancties passend zijn gegeven de omstandigheden en de mate van medewerking van de belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de rechtmatigheid van de omkering van de bewijslast en de opgelegde fiscale sancties bij niet-naleving van meewerk- en administratieverplichtingen.