ECLI:NL:PHR:2006:AU2004
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Heffing winst uit aanmerkelijk belang en rente bij duurzaam gescheiden echtgenoten in algehele gemeenschap van goederen
In deze zaak staat centraal de fiscale toerekening van winst uit aanmerkelijk belang en rente-inkomsten bij duurzaam gescheiden echtgenoten die gehuwd zijn in algehele gemeenschap van goederen. Belanghebbende was niet actief in de bedrijfsvoering van de B.V., terwijl haar echtgenoot het bestuur voerde en de aandelen verkocht. De Hoge Raad stelt vast dat de wettelijke toerekeningsregels zijn uitgeschakeld vanwege het duurzaam gescheiden leven en dat belanghebbende zelfstandig in de heffing moet worden betrokken.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid het huwelijksvermogensrecht, waarbij wordt benadrukt dat aandelen in een B.V. tot de gemeenschap behoren en dat beide echtgenoten ieder voor het geheel gerechtigd zijn, maar dat het bestuur en de beschikkingsbevoegdheid bij één echtgenoot kunnen liggen. Voor de fiscale toerekening is niet de civielrechtelijke eigendom doorslaggevend, maar wie feitelijk de beschikkingsmacht over de aandelen en de opbrengsten daarvan heeft.
De Hoge Raad oordeelt dat de echtgenoot die het bestuur voerde en de aandelen verkocht, ook de winst uit aanmerkelijk belang en de rente op de vorderingen geniet. Belanghebbende verkrijgt slechts een onbelaste waardevermeerdering ter grootte van haar aandeel in de gemeenschap. Het hof had ten onrechte geoordeeld dat belanghebbende de helft van de winst en rente genoot. Verder wordt ingegaan op de problematiek van toerekening van inkomensbestanddelen bij duurzaam gescheiden echtgenoten en de praktische uitvoerbaarheid van individualisering.
Tot slot wordt het verzoek om schadevergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de bezwaarprocedure besproken, waarbij de Hoge Raad verwijzing overweegt indien het eerste middel wordt gevolgd. De zaak wordt afgedaan met een vernietiging van het hofsoordeel voor zover het de rente betreft en een bevestiging van het oordeel dat de winst uit aanmerkelijk belang aan de echtgenoot-bestuurder toekomt.
Uitkomst: De winst uit aanmerkelijk belang en rente behoren toe aan de echtgenoot die het bestuur voert; belanghebbende verkrijgt slechts een onbelaste waardevermeerdering.