ECLI:NL:PHR:2006:AW6167
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over werkgeversaansprakelijkheid bij RSI-klachten en bewijsverdeling
In deze zaak staat de aansprakelijkheid van werkgever Köpcke op grond van artikel 7:658 BW Pro centraal voor RSI-gerelateerde arbeidsongeschiktheid van werknemer [eiser]. De werknemer stelde dat zijn klachten door beeldschermwerk bij de werkgever waren veroorzaakt en dat de werkgever tekort was geschoten in haar zorgplicht.
De rechtbank kende de vordering toe, maar het hof vernietigde dit en wees de vordering af omdat onvoldoende aannemelijk was dat het werk de oorzaak was van de klachten. Het hof baseerde zich op een deskundigenrapport dat het causaal verband tussen de klachten en het werk als zeer onwaarschijnlijk beoordeelde, mede ondersteund door een internist. De stand van de wetenschap over RSI is ontoereikend voor normstelling en het hof oordeelde dat preventieve maatregelen weinig bewijskracht hebben.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat het causaal verband onvoldoende aannemelijk is en dat de omkeringsregel niet kan worden toegepast omdat niet is voldaan aan de vereisten, waaronder het bestaan van een specifieke normschending en het aannemelijk zijn van het risico. De Hoge Raad benadrukt de complexiteit en onzekerheid rond RSI, wijst op de noodzaak van behoedzaamheid en bevestigt dat de werkgever niet aansprakelijk is voor de schade van de werknemer in deze omstandigheden.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de werkgever niet aansprakelijk is voor de RSI-klachten van de werknemer wegens onvoldoende aannemelijkheid van het causaal verband.