ECLI:NL:PHR:2006:AX8847
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg van het begrip 'inkomsten uit arbeid' in een periodiek verrekenbeding bij huwelijkse voorwaarden
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over de uitleg van een periodiek verrekenbeding in hun huwelijkse voorwaarden, waarin sprake is van een algehele uitsluiting van gemeenschap van goederen en een verrekening van inkomsten uit arbeid. De vrouw vordert dat ook de niet-uitgekeerde winsten van de vennootschappen van de man in de verrekening worden betrokken, terwijl de man stelt dat het verrekenbeding beperkt is tot loon uit dienstbetrekking.
De rechtbank en het hof oordeelden dat het begrip 'inkomsten uit arbeid' in de huwelijkse voorwaarden beperkt moet worden uitgelegd als loon uit dienstbetrekking, mede gelet op de redelijkheid en billijkheid en de feitelijke omstandigheden waaronder het beding is opgesteld. De man heeft een redelijk salaris genoten en de vennootschappen hielden winsten achter als buffer.
De Hoge Raad bevestigt dat de uitleg van het verrekenbeding aan het Haviltex-criterium moet worden getoetst en dat de wetgever partijen de vrijheid laat het begrip inkomsten zelf te bepalen. Het arrest benadrukt dat niet zonder meer kan worden aangenomen dat een verrekenbeding van inkomsten uit arbeid ook ondernemingswinsten omvat, tenzij dit expliciet of impliciet is overeengekomen. De bewijsregel van art. 1:141 lid 3 BW Pro vergemakkelijkt de afwikkeling, maar geldt niet voor de uitleg van het beding zelf.
De Hoge Raad wijst de cassatieklachten af en bevestigt dat de vrouw geen aanspraak kan maken op verrekening van de niet-uitgekeerde winsten van de vennootschappen van de man. De keuze van de notaris door de vrouw en de toelichting door de notaris worden meegewogen, maar zijn geen doorslaggevende factoren. De uitspraak bevestigt de noodzaak van duidelijke en expliciete afspraken in huwelijkse voorwaarden over de reikwijdte van verrekenbedingen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het verrekenbeding omvat niet de niet-uitgekeerde ondernemingswinsten.