ECLI:NL:PHR:2006:AZ1494
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verkeersaansprakelijkheid en schadevergoeding na verkeersongevallen met verlies arbeidsvermogen en immateriële schade
De zaak betreft een geschil tussen een automobilist en de WAM-verzekeraar over vergoeding van materiële en immateriële schade na twee verkeersongevallen in 1990 en 1991. De eiseres liep letsel op en vorderde onder meer vergoeding van verlies aan arbeidsvermogen, immateriële schade en bijkomende kosten. De aansprakelijkheid van de verzekeraars werd erkend.
De rechtbank wees een deel van de schadeposten toe, waarbij deskundigenrapporten werden gebruikt om het verlies aan arbeidsvermogen te bepalen. Het hof bekrachtigde deze uitspraken en verwierp de grieven van eiseres, die onder meer kritiek had op de deskundigenrapporten en de wijze van schadeberekening. Het hof oordeelde dat de WAO-beoordeling niet zonder meer kan worden gebruikt voor de schadevaststelling in aansprakelijkheidsverband.
In cassatie werden dezelfde grieven aangevoerd, maar de Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn waarderingen begrijpelijk had gemotiveerd en dat de deskundigenrapporten als voldoende betrouwbaar konden worden beschouwd. Ook de afwijzing van aanvullende schadeposten wegens onvoldoende onderbouwing werd bevestigd. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de eerdere uitspraken stand hielden.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.