ECLI:NL:HR:2006:AZ0139
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw bij ontstaan schulden
Verzoeker, kandidaat-gerechtsdeurwaarder en vennoot van een gerechtsdeurwaardersmaatschap, verzocht de rechtbank om toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek af omdat verzoeker niet te goeder trouw was bij het ontstaan van zijn schulden, met name een grote schuld aan de Hollandsche Bank Unie (HBU).
Het hof bekrachtigde dit vonnis en oordeelde dat verzoeker onvoldoende had gedaan om onrechtmatige onttrekkingen van de kwaliteitsrekening door mede-vennoten te voorkomen, wat in strijd was met de Gerechtsdeurwaarderswet. Tevens had verzoeker nagelaten voorwaarden te stellen aan zijn mede-vennoten bij het aangaan van een kredietverhoging, ondanks dat HBU voorwaarden had gesteld die niet werden afgedwongen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat verzoeker niet te goeder trouw was bij het ontstaan van de schulden, waardoor toepassing van de schuldsaneringsregeling niet mogelijk is. Hiermee werd het beroep van verzoeker afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling werd afgewezen wegens gebrek aan goede trouw bij het ontstaan van de schulden.