ECLI:NL:PHR:2007:BA1414
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verjaring bij samenloop van aanvaringsregeling en onrechtmatige daad in aansprakelijkheid voor schade door kraan op schip
In deze zaak staat centraal of een schadevordering van Essent tegen een aannemer die met een kraan op zijn schip een gasleiding beschadigde, verjaart na twee of vijf jaar. Essent stelde dat de aannemer onrechtmatig heeft gehandeld en vorderde schadevergoeding. De aannemer beriep zich op verjaring op grond van de aanvaringsregeling in Boek 8 BW, die een termijn van twee jaar kent.
De rechtbank wees de vordering van Essent af wegens verjaring op grond van de aanvaringsregeling. Het hof stelde echter dat de vordering ook op grond van de onrechtmatige daadsregeling (art. 6:162 BW Pro) kon worden ingesteld en dat de korte verjaringstermijn van de aanvaringsregeling niet exclusief van toepassing was. Essent ging in cassatie tegen dit oordeel.
De Hoge Raad stelt dat bij samenloop van de aanvaringsregeling en de onrechtmatige daadsregeling beide regelingen in beginsel van toepassing zijn, tenzij de wet exclusiviteit voorschrijft. De aanvaringsregeling is een bijzondere regeling met beperktere rechtsgevolgen, waaronder een kortere verjaringstermijn. Om de ratio van de korte verjaringstermijn te behouden, moet deze exclusief gelden bij samenloop. Daarnaast bevestigt de Hoge Raad dat schade veroorzaakt door een kraan op een schip ook als aanvaring in de zin van art. 8:1002 BW Pro geldt, ongeacht of de schade voortkomt uit een nautische fout.
De Hoge Raad concludeert dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had door de korte verjaringstermijn niet exclusief toe te passen en vernietigt het arrest van het hof. De zaak wordt doorverwezen voor verdere behandeling, waarbij het eerdere vonnis van de rechtbank bekrachtigd kan worden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt dat de korte verjaringstermijn van de aanvaringsregeling exclusief geldt bij samenloop met de onrechtmatige daadsregeling.