ECLI:NL:PHR:2008:BA7671
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt beschikking over conservatoir beslag op onroerende zaken wegens onjuiste rechtsgrond
In deze zaak gaat het om het conservatoir beslag op onroerende zaken die op naam staan van de echtgenote van een veroordeelde, terwijl het hof het beslag handhaafde met het oog op een ontnemingsmaatregel tegen de echtgenoot. De echtgenote had bezwaar gemaakt tegen het beslag, stellende dat de goederen aan haar toebehoren.
Het hof verklaarde het beklag ongegrond, waarbij het uitging van het feit dat de onroerende zaken in feite toebehoren aan de echtgenoot. De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte het beslag baseerde op artikel 94a lid 2 Sv, terwijl het beslag op goederen van een derde alleen mogelijk is op grond van lid 3 van dat artikel, dat aanvullende voorwaarden stelt.
Verder benadrukt de Hoge Raad dat conservatoir beslag op registergoederen onder derden volgens art. 718 jo Pro. 475 Rv niet is toegestaan, tenzij de wet expliciet een uitzondering maakt. Het hof trad in deze zaak buiten zijn bevoegdheid door de rechtsgrond voor het beslag te wijzigen van lid 3 naar lid 2. Daarom vernietigt de Hoge Raad de beschikking en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling.
De uitspraak bevat een uitgebreide analyse van de verhouding tussen de verschillende leden van artikel 94a Sv, de toepassing van derdenbeslag op onroerende zaken, en de voorwaarden waaronder beslag kan worden gelegd op goederen die formeel aan derden toebehoren maar feitelijk verband houden met het misdrijf. Tevens wordt ingegaan op het belang van proportionaliteit en de bescherming van eigendomsrechten van derden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling wegens onjuiste rechtsgrond voor het conservatoir beslag.