ECLI:NL:PHR:2008:BB7068
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest hof wegens onvoldoende motivering vrijspraak voorbedachte rade bij poging tot moord
In deze zaak stond verdachte terecht voor poging tot moord op de inzittenden van een BMW in Utrecht, waarbij hij met een vuurwapen op de auto schoot. Het hof sprak verdachte vrij van het bestanddeel voorbedachte rade, omdat het volgens het hof aan wettig en overtuigend bewijs daarvoor ontbrak.
Het Openbaar Ministerie (OM) had echter een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ingenomen dat voorbedachte rade bewezen kon worden op basis van de opeenvolging van gedragingen van verdachte, waaronder het laden en richten van het wapen en het schieten op korte afstand. Volgens het OM had verdachte voldoende tijd gehad om zich te beraden.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof in strijd met artikel 359 lid 2 Sv Pro had moeten motiveren waarom het afweek van het OM-standpunt en waarom het bewijs onvoldoende was. De motivering van de vrijspraak was ontoereikend, waardoor het arrest niet begrijpelijk is. De zaak wordt vernietigd en terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling.
De zaak bevat uitgebreide bewijsvoering over de opzet en voorbedachte rade, waarbij de Hoge Raad bevestigt dat de feitenrechter de selectie en waardering van bewijs maakt, maar dat bij afwijking van een uitdrukkelijk onderbouwd OM-standpunt een nadere motivering vereist is.
De Hoge Raad bevestigt hiermee het belang van een deugdelijke motivering bij vrijspraak, zeker als het hof afwijkt van een goed gemotiveerd requisitoir van het OM.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens onvoldoende motivering van de vrijspraak voorbedachte rade en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.