ECLI:NL:PHR:2008:BD7596
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid moedervennootschap voor dochter na mislukt reorganisatieplan
De curator van het faillissement van Coutts Eddag Display BV (CED) vorderde schadevergoeding van moedervennootschap Coutts Holdings Limited wegens vermeende onrechtmatige daad. Coutts had via bestuurders invloed op CED en verstrekte leningen tijdens een reorganisatie die uiteindelijk mislukte. De rechtbank Zutphen oordeelde dat Coutts onrechtmatig handelde door de financiering abrupt te staken, waardoor het faillissement onafwendbaar werd.
Het hof Arnhem stelde dat Coutts voldoende had gedaan door het reorganisatieplan en tijdelijke leningen, en dat de curator onvoldoende feiten had gesteld om aansprakelijkheid aan te nemen. Het hof vond dat Coutts niet de schijn had gewekt garant te staan voor alle schulden van CED en dat de leningen slechts overbruggingskredieten waren.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en benadrukt dat aansprakelijkheid van moedervennootschap voor dochter alleen kan worden aangenomen bij bijzondere omstandigheden zoals intensieve bemoeienis, zeggenschap, en het wekken van gerechtvaardigd vertrouwen bij crediteuren. In dit geval was het reorganisatieplan voldoende en was er geen sprake van onrechtmatig handelen door Coutts. De peildatum voor aansprakelijkheid werd aan de veilige kant gekozen en lag bij de surséance-aanvraag in juni 2003.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt dat moedervennootschap Coutts niet aansprakelijk is voor schulden van dochter CED na mislukte reorganisatie en beëindiging financiering.