ECLI:NL:PHR:2008:BF3304
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt deel vonnis wegens onvoldoende motivering en overschrijding redelijke termijn in strafzaak verkrachting en ontucht
In deze strafzaak werd verdachte door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot zeven jaar en zes maanden gevangenisstraf wegens meerdere feiten van ontucht met minderjarigen, bedreiging en verkrachting. Het hof baseerde de bewezenverklaringen onder meer op verklaringen van slachtoffers en getuigen.
De raadsman van verdachte voerde cassatiegronden aan, waaronder dat het hof niet had gemotiveerd waarom het afweek van het betoog dat de verklaringen van het slachtoffer niet betrouwbaar waren, in strijd met art. 359 lid 2 Sv Pro. De Hoge Raad oordeelde dat het hof inderdaad onvoldoende had gemotiveerd waarom het het standpunt van de verdediging had verworpen, wat nietigheid tot gevolg heeft.
Daarnaast klaagde de raadsman over de overschrijding van de redelijke termijn in cassatie, wat de Hoge Raad bevestigde en aanleiding gaf tot strafvermindering. De Hoge Raad vernietigde het arrest voor wat betreft de hoogte van de straf en de bewezenverklaring van het feit van verkrachting en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling, met verwerping van het beroep voor het overige.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor wat betreft de bewezenverklaring van verkrachting en de straf, met terugverwijzing voor hernieuwde beoordeling en strafvermindering wegens termijnoverschrijding.