ECLI:NL:HR:2008:BF3304
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens ontbreken motivering afwijking betrouwbaarheid getuige
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte werd veroordeeld voor onder meer het seksueel binnendringen van het lichaam van het slachtoffer door geweld.
De verdediging voerde onder meer aan dat de betrouwbaarheid van het slachtoffer als getuige ernstig te betwijfelen viel, met argumenten over inconsistenties en het ontbreken van bewijsstukken zoals foto's en het touw waarmee het slachtoffer zou zijn vastgebonden. Het hof ging echter in zijn arrest uitdrukkelijk voorbij aan dit onderbouwde standpunt zonder de redenen daarvoor in het bijzonder te motiveren, hetgeen in strijd is met artikel 359, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De Hoge Raad oordeelt dat dit verzuim leidt tot nietigheid van het arrest voor zover het betreft het bewezenverklaarde onder feit 4 en de strafoplegging. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest uitsluitend voor dat onderdeel en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en afdoening. Voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen.
De uitspraak benadrukt het belang van een duidelijke en gemotiveerde afweging door het hof bij afwijking van een door de verdediging uitdrukkelijk en onderbouwd standpunt over de betrouwbaarheid van een getuige, om de rechtsbescherming van de verdachte te waarborgen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het ontbreken van motivering bij afwijking van het standpunt over de betrouwbaarheid van de getuige, en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.