ECLI:NL:HR:2006:AV6192
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling ondanks leugenachtige getuigenverklaring
De verdachte werd door het hof veroordeeld tot dertig maanden gevangenisstraf voor diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging, gepleegd door meerdere personen, en afpersing. Het hof baseerde zich onder meer op verklaringen en bewijsmateriaal waaronder een politieproces-verbaal met een leugenachtige verklaring van een medeverdachte.
De verdediging stelde in cassatie dat het hof ten onrechte redengevende kracht had toegekend aan een leugenachtige verklaring van een ander dan de verdachte. De Hoge Raad bevestigde dat een leugenachtige verklaring van een ander dan de verdachte geen redengevende kracht kan hebben, maar oordeelde dat het betreffende onderdeel van de bewijsmotivering van ondergeschikte betekenis was.
Daarom leidde het gebruik van die verklaring niet tot vernietiging van het arrest. De overige middelen faalden eveneens. De Hoge Raad verwierp het beroep en handhaafde het hofarrest.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot dertig maanden gevangenisstraf blijft in stand.