ECLI:NL:PHR:2008:BF5056
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping beroep op putatief noodweer en noodweerexces bij mishandeling
Verdachte werd door het hof Arnhem veroordeeld voor poging tot zware mishandeling en vrijgesproken van andere tenlasteleggingen. Hij had beroep gedaan op (putatief) noodweer en noodweerexces, stellende dat hij handelde uit noodzakelijke verdediging omdat hij dacht door de benadeelde met een mobiele telefoon te zijn geslagen.
Het hof oordeelde dat het bewijs, waaronder camerabeelden, onvoldoende aannemelijk maakte dat verdachte noodzakelijkerwijs moest handelen zoals hij deed. De beelden toonden geen chaotische situatie en het geweld van verdachte was buitenproportioneel ten opzichte van de situatie. Het hof verwierp daarom het beroep op putatief noodweer en noodweerexces.
In cassatie werden drie middelen aangevoerd, waaronder een klacht over discrepanties in proces-verbaal, de verwerping van het noodweerverweer en de motivering van de schadevergoeding aan de benadeelde partij. De Hoge Raad verwierp alle middelen, bevestigde dat het aangevulde proces-verbaal de kenbron is, en oordeelde dat het hof terecht het noodweerverweer verwierp op grond van het buitenproportionele geweld.
Ook de klacht over de schadevergoeding faalde, omdat het hof voldoende gemotiveerd had waarom het beroep op eigen schuld van het slachtoffer niet tot afwijzing van de immateriële schadevergoeding leidde. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en bevestigde het arrest van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem wordt bevestigd.