ECLI:NL:PHR:2008:BF5557
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toepassing van witwasbegrippen en verjaring in strafzaak witwassen
In deze zaak stond de uitleg van de termen 'verbergen' en 'verhullen' in het kader van witwassen centraal, evenals de vraag of misdrijven die voorafgaand aan de inwerkingtreding van de witwasbepalingen zijn gepleegd, kunnen worden betrokken bij een witwasveroordeling. De verdachte werd veroordeeld voor gewoontewitwassen in de periode van 14 december 2001 tot en met 10 oktober 2005, waarbij gelden werden bewaard op buitenlandse bankrekeningen en de bijbehorende bescheiden in een woning.
De Hoge Raad oordeelde dat het begrip 'verbergen of verhullen' niet beperkt is tot de handelingen die leiden tot het storten van gelden op rekeningen, maar ook gedragingen omvat die het voortduren van deze plaatsing bevorderen. Dit betekent dat het bewaren van gelden op buitenlandse rekeningen vanuit de woonplaats van de verdachte als plaats van het misdrijf kan gelden. Tevens werd bevestigd dat witwassen strafbaar is, ook indien het onderliggende misdrijf vóór de inwerkingtreding van de wet is gepleegd, en dat het niet vereist is om het specifieke misdrijf nauwkeurig aan te wijzen.
Tenslotte werd geoordeeld dat de redelijke termijn voor het instellen van cassatie is overschreden, wat een strafvermindering rechtvaardigt. De overige middelen werden verworpen. De conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het de straf betreft en tot vermindering van de straf door de Hoge Raad.
Uitkomst: De veroordeling voor gewoontewitwassen wordt bevestigd met strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn.