ECLI:NL:PHR:2009:BF3741
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toetsing levenslange gevangenisstraf aan artikelen 3 en 5 EVRM in Nederlandse rechtspraak
In deze zaak staat de vraag centraal of de oplegging van een levenslange gevangenisstraf zonder wettelijk voorgeschreven periodieke rechterlijke toetsing in strijd is met de artikelen 3 en 5 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
De Hoge Raad bespreekt uitvoerig de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), waaronder de zaken Kafkaris vs. Cyprus, Léger vs. Frankrijk en Stafford vs. UK. Uit deze jurisprudentie blijkt dat het EVRM niet vereist dat er een wettelijke regeling moet zijn voor periodieke herbeoordeling van levenslange gevangenisstraffen, maar dat de straf de iure en de facto verkort kan worden. De Hoge Raad erkent dat het ontbreken van een dergelijke toetsing in Nederland problematisch kan zijn, maar stelt dat de mogelijkheid tot gratie en de rechtsgang bij de burgerlijke rechter voldoende waarborgen bieden.
De zaak bevat ook een uitgebreide analyse van de Nederlandse situatie, waarbij wordt vastgesteld dat de zogenoemde 'volgprocedure langgestraften' is afgeschaft, waardoor een belangrijke tussentijdse toetsing is komen te vervallen. Desondanks blijft gratie mogelijk, al is deze afhankelijk van het initiatief van de veroordeelde. De Hoge Raad concludeert dat de huidige praktijk van levenslange gevangenisstraffen in Nederland niet per definitie in strijd is met het EVRM, hoewel er wel ruimte is voor verbetering en discussie over het perspectief op vrijlating.
De Hoge Raad wijst tevens op het onderscheid tussen punitieve en beveiligingsgerichte karakteristieken van levenslange straffen en benadrukt dat het nationale recht bepalend is voor de beoordeling van de causaliteitsband tussen strafoplegging en voortzetting van detentie. De uitspraak bevestigt dat levenslang in Nederland letterlijk levenslang betekent, maar met rechtsmiddelen als gratie en rechterlijke toetsing die de rechtsbescherming waarborgen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de oplegging van levenslange gevangenisstraf zonder wettelijke periodieke toetsing niet strijdig is met het EVRM.