ECLI:NL:PHR:2009:BF3917
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beperkingen op cessie van vorderingen voortvloeiend uit faillissementspauliana en Peeters/Gatzen-vordering
Deze zaak betreft de vraag of vorderingen die voortvloeien uit een door de curator ingestelde faillissementspauliana (art. 42 e.v. Faillissementswet) en de zogenaamde Peeters/Gatzen-vordering (PGV) overdraagbaar zijn aan derden via cessie. De curator van het faillissement van Mamon Sorteer BV had een contractswissel tussen Holco BV en Mamon Beheer BV buitengerechtelijk vernietigd wegens benadeling van de gezamenlijke schuldeisers. Vervolgens werd een vordering tot betaling ingesteld tegen Holco.
De rechtbank wees de vorderingen af, maar het hof kwam in hoger beroep deels terug en stelde bewijsopdrachten vast over de benadeling van de boedel. Het hof oordeelde echter dat alleen de curator bevoegd is om de pauliana en PGV in te stellen en dat cessie van deze vorderingen aan derden niet mogelijk is. De curator had de vordering aan een derde gecedeerd, die vervolgens niet-ontvankelijk werd verklaard.
In cassatie werd bevestigd dat de curator exclusief bevoegd is om de actio pauliana in te stellen en dat de vorderingen die daaruit voortvloeien niet overdraagbaar zijn vanwege hun nauwe verbondenheid met het faillissement en de belangen van gezamenlijke schuldeisers. Ook de PGV wordt geacht binnen dit systeem te passen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht niet ontvankelijk heeft verklaard dat derden deze vorderingen instellen. Wel werd een deel van de buitengerechtelijke kosten toegewezen.
De uitspraak verduidelijkt de beperkingen op cessie van vorderingen in faillissementsrecht, waarbij de curator een beschermende en exclusieve rol vervult ten behoeve van gezamenlijke schuldeisers, en voorkomt dat derden de curator bevoegdheden kunnen overnemen zonder toezicht.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat alleen de curator faillissementspauliana en PGV kan instellen en dat deze vorderingen niet overdraagbaar zijn aan derden.