ECLI:NL:HR:2005:AR3646
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofbeslissing over alimentatie en hoor en wederhoor bij afwezigheid advocaat
Partijen zijn in 1966 gehuwd en in 1997 gescheiden waarbij de man aan de vrouw alimentatie moest betalen. De vrouw verzocht in 2001 om verhoging van de alimentatie naar € 2.042,01 per maand. De man betwistte dit en stelde dat de vrouw werkte en zijn draagkracht was verminderd. De rechtbank stelde de alimentatieverhoging vast, het hof bekrachtigde dit ondanks het bewijsaanbod van de man over het werk van de vrouw en zijn financiële situatie.
De man stelde cassatie in tegen het hofarrest. De Hoge Raad oordeelde dat het hof het bewijsaanbod van de man onterecht als onvoldoende gespecificeerd had gepasseerd zonder nadere motivering. Tevens werd geoordeeld dat het hof het beginsel van hoor en wederhoor had geschonden door de mondelinge behandeling door te laten gaan terwijl de advocaat van de man wegens ziekte niet aanwezig was en het verzoek tot aanhouding was afgewezen zonder voldoende motivering.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. De uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering bij bewijsuitsluiting en het respecteren van het hoor en wederhoor bij afwezigheid van een partijvertegenwoordiger.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar het gerechtshof Amsterdam.