ECLI:NL:PHR:2009:BG7746
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring verkrachting wegens onvoldoende motivering steunbewijs
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin verdachte is veroordeeld voor verkrachting van zijn ex-vrouw in een ziekenhuis na de geboorte van hun dochter in 1995. De aangifte werd pas in 2006 gedaan, ruim tien jaar na het vermeende delict.
De kern van het bewijs berustte vrijwel uitsluitend op de verklaring van het slachtoffer, die stelde dat verdachte haar zonder instemming seksueel had binnengedrongen terwijl zij op een eenpersoonskamer lag met hechtingen en een infuus. Verdachte ontkende dit en verklaarde aanvankelijk dat zij op een vierpersoonskamer lag, wat later onjuist bleek.
Het hof baseerde de bewezenverklaring mede op de onjuistheid van de verklaring van verdachte, maar gaf onvoldoende motivering waarom het enkel op de verklaring van het slachtoffer kon vertrouwen zonder aanvullend steunbewijs. De Hoge Raad benadrukt dat bij bewijs dat vrijwel uitsluitend op één getuige berust, de rechter een zorgvuldige en objectieve motivering moet geven waarom die verklaring betrouwbaar wordt geacht.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof tekort is geschoten in deze motivering en dat de bewezenverklaring daarom niet aan de wettelijke eis voldoet. Het arrest wordt vernietigd voor zover het betrekking heeft op de bewezenverklaring van de verkrachting en de daarop gebaseerde strafoplegging. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de bewezenverklaring van verkrachting.