ECLI:NL:PHR:2009:BH0546
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing Nederlandse sociale zekerheidswetgeving en premieheffing bij grensoverschrijdende arbeid
Belanghebbende, woonachtig in België en bestuurder van een Nederlandse bv, verrichtte in 2001 werkzaamheden in zowel Nederland als België. Hij ontkende premieheffing voor de Nederlandse volksverzekeringen omdat hij stelde dat zijn loon uitsluitend betrekking had op in België verrichte arbeid.
Het gerechtshof oordeelde dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst in civielrechtelijke zin en dat de Nederlandse sociale zekerheidswetgeving van toepassing was op de in Nederland verrichte arbeid. Het hof kende een fictief loon toe voor de Nederlandse werkzaamheden op grond van artikel 12a Wet LB, wat door de Hoge Raad werd bevestigd.
De Hoge Raad stelde vast dat de Europese Verordening 1408/71 toepassing vindt en dat de situatie van gelijktijdige werkzaamheden in loondienst en als zelfstandige in verschillende lidstaten geregeld is. De dubbele premieheffing is toegestaan indien deze samengaat met dubbele sociale bescherming, wat in deze zaak het geval was.
De klachten van belanghebbende over onjuiste kwalificatie van de arbeid en dubbele heffing faalden. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en bevestigde de premieheffing over het fictieve loon voor de in Nederland verrichte arbeid.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de premieheffing over het fictieve loon voor de in Nederland verrichte arbeid bevestigd.