ECLI:NL:PHR:2009:BI3437
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van limitering partneralimentatie na vijftien jaar huwelijksscheiding
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over de beëindiging van een partneralimentatieverplichting die meer dan vijftien jaar duurde, vastgesteld vóór 1 juli 1994. De man verzocht om beëindiging van zijn alimentatieverplichting per 6 maart 2007, terwijl de vrouw verweer voerde en verlenging van de alimentatie vorderde vanwege haar beperkte verdiencapaciteit en zorg voor de kinderen.
De rechtbank oordeelde dat beëindiging ingrijpend zou zijn en stelde de beëindiging uit tot 6 maart 2009. Het hof vernietigde dit en beëindigde de alimentatie per 5 maart 2007, met de motivering dat de terugval in inkomen van de vrouw gering was. De vrouw stelde cassatie in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad benadrukte dat bij beoordeling van een geringe terugval in inkomen niet alleen het bedrag maar ook de hoogte van het inkomen van belang is. Gezien het lage netto-inkomen van de vrouw vóór beëindiging (€ 956 per maand) en de terugval van € 90, had het hof zijn oordeel nader moeten motiveren. Omdat het hof dit naliet en daarmee onvoldoende rekening hield met de hoge motiveringseisen bij definitieve beëindiging van alimentatie, werd het arrest vernietigd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest wegens onvoldoende motivering van de geringe terugval in inkomen en wijst de zaak terug.