ECLI:NL:PHR:2009:BI4059
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verzoek tot horen getuige en vermindert straf wegens overschrijding redelijke termijn
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage bevestigd waarin verdachte is veroordeeld wegens medeplegen van accijnsdelicten, medeplegen van witwassen en deelname aan een criminele organisatie. Een belangrijk geschilpunt betrof het verzoek van de verdediging om meerdere getuigen te horen, waaronder een getuige die reeds door de rechter-commissaris was gehoord. Het hof had aanvankelijk besloten deze getuige alsnog te horen, maar kwam hierop terug nadat bleek dat de getuige reeds was gehoord en de raadsman schriftelijk vragen had kunnen stellen. De Hoge Raad oordeelt dat het hof de juiste maatstaf heeft gehanteerd door het verzoek af te wijzen op grond van artikel 418 lid 2 Sv Pro, omdat het horen van de getuige niet noodzakelijk was.
Daarnaast klaagt de verdediging over de overschrijding van de redelijke termijn in cassatie, omdat de stukken pas na acht maanden bij de Hoge Raad werden ingediend. De Hoge Raad erkent deze overschrijding en vermindert de straf dienovereenkomstig. Verder worden andere middelen van cassatie, waaronder verweren over bewijsuitsluiting, het horen van getuigen over de rechtmatigheid van het opsporingsonderzoek, en het ontbreken van opzet, verworpen wegens onvoldoende onderbouwing.
De Hoge Raad benadrukt de bevoegdheid van het hof om terug te komen op eerdere beslissingen omtrent het horen van getuigen, zeker indien blijkt dat eerdere beslissingen op onvolledige informatie berustten. Ook wordt toegelicht dat de verwijzing naar de rechter-commissaris een zekere vrijheid geeft in de wijze van onderzoek, maar dat de verdediging altijd een nieuwe beslissing kan vragen op herhaalde verzoeken, waarbij het noodzakelijkheidscriterium geldt.
De strafoplegging wordt vernietigd en verminderd vanwege de termijnoverschrijding, maar het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen. De zaak betreft complexe bewijsvoering rondom sigarettensmokkel en witwassen, waarbij het hof de bewezenverklaring zorgvuldig motiveerde en de Hoge Raad deze bevestigt.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de afwijzing van het verzoek tot het horen van de getuige en vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.