ECLI:NL:PHR:2009:BI6286
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens fraudeschuld
In deze zaak heeft verzoeker de rechtbank Almelo verzocht tot toelating tot de schuldsaneringsregeling, welke definitief werd toegewezen. Later bleek een schuld aan de gemeente wegens ten onrechte ontvangen bijstand, die als fraudeschuld werd aangemerkt. De rechtbank beëindigde daarop de schuldsaneringsregeling tussentijds.
Verzoeker ging in hoger beroep, stellende dat hij niet op de hoogte was van de fraudeschuld en dat de beëindiging onterecht was. Het hof bekrachtigde het vonnis en stelde dat het niet vereist is dat de schuldenaar de feiten ten tijde van toelating verzwegen moet hebben; het later bekend worden van de fraudeschuld is voldoende voor tussentijdse beëindiging.
In cassatie voerde verzoeker aan dat het hof onterecht artikel 350 lid 3 onder Pro f Faillissementswet toepaste, omdat de regeling onder het oude recht definitief was toegewezen. De Hoge Raad verwierp dit en bevestigde dat de fraudevordering terecht als grond voor tussentijdse beëindiging geldt, ook als deze pas na toelating bekend wordt. De cassatie werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens fraudeschuld.