ECLI:NL:HR:2008:BD3132
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen
Bij vonnis van 25 januari 2006 werd aan verzoeker een schuldsaneringsregeling opgelegd, met benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder. De bewindvoerder verzocht op 27 maart 2007 de regeling tussentijds te beëindigen wegens niet-nakoming van verplichtingen door verzoeker. De rechtbank 's-Gravenhage stemde hiermee in bij vonnis van 28 juni 2007 en benoemde tevens een curator in het faillissement van verzoeker.
Verzoeker ging in hoger beroep tegen dit vonnis, maar het gerechtshof 's-Gravenhage bekrachtigde het tussentijdse beëindigingsvonnis bij arrest van 6 november 2007. Vervolgens stelde verzoeker beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het cassatieberoep wordt verworpen en het tussentijdse beëindigen van de schuldsaneringsregeling blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.