Conclusie
2. Beoordeling van de cassatiemiddelen
Middel 1komt op tegen r.o. 2 en 3 van het arrest van 19 februari 2013, welke overwegingen luiden als volgt:
[betrokkene] zegt dat primair de faillissementsaanvraag niet terecht is. Als ik tot die conclusie kom, dan hoeft geen verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling in te worden gediend. Een mogelijkheid is dat we de zaak een week aanhouden. Dan kan ik alles beoordelen. (…)”.
middel 3.
Middel 2komt op tegen r.o. 2-4 van het arrest van 26 maart 2013, die luiden als volgt:
volledigverzoek voorligt. Klaarblijkelijk oordeelt de rechtbank hierover anders. Ik heb er moeite mee dat dit klaarblijkelijke verschil van inzicht tussen rechtbank en hof ten nadele van [verzoeker] werkt.