ECLI:NL:PHR:2009:BJ8725
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bewijslastverdeling bij vordering tot nakoming en ontbinding in huurgeschil
In deze zaak huurde eiser een woning van verweerder en werd de huurovereenkomst ontbonden wegens niet-betaling van huur. Eiser stelde dat de vermeende achterstallige huur wel was voldaan, maar verweerder weigerde kwitanties af te geven. Na een comparitie en getuigenverhoor oordeelde het hof dat de bewijslast voor het bestaan van de betalingsverplichting bij eiser lag en niet bij verweerder.
Eiser stelde in cassatie dat de bewijslast omgekeerd zou moeten zijn, omdat verweerder tekort zou zijn geschoten in zijn verplichtingen. De Hoge Raad bevestigde echter de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro dat de partij die een vordering instelt de feiten moet bewijzen waarop die vordering rust, terwijl de wederpartij de bewijslast draagt voor het bevrijdend verweer van nakoming.
De Hoge Raad benadrukte dat adagia zoals 'wie stelt bewijst' vuistregels zijn die niet letterlijk moeten worden genomen en dat in betalingszaken het aan de wederpartij is om te bewijzen dat nakoming heeft plaatsgevonden. Het cassatiemiddel werd verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde de bewijslastverdeling zoals toegepast door het hof.