ECLI:NL:PHR:2009:BJ9350
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafrechtelijke vervolging illegale radiouitzendingen ondanks beroep op vrije meningsuiting en gelijkheidsbeginsel
De zaak betreft de strafrechtelijke vervolging van een verdachte die op 17 mei 2004 zonder vergunning radiozendapparatuur gebruikte. De verdachte voerde onder meer aan dat het OM niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard wegens schending van het gelijkheidsbeginsel en het anti-willekeurbeginsel, omdat vergelijkbare gevallen niet werden vervolgd en het bestuursrecht primair het handhavingsinstrument zou moeten zijn. Dit verweer werd door het hof verworpen, omdat niet aannemelijk was gemaakt dat het OM van het opsporingsbeleid was afgeweken en omdat overtreding van artikel 10.16 van de Telecommunicatiewet strafrechtelijk is gesanctioneerd.
Daarnaast stelde de verdediging dat artikel 10.16 van de Telecommunicatiewet in strijd was met Europese regelgeving, met name de Machtigings- en Kaderrichtlijn van de EU, en dat de activiteiten van de verdachte onder vrije radio vielen waarvoor geen vergunning kon worden verkregen. Het hof oordeelde dat de activiteiten als commerciële omroep moesten worden aangemerkt en dat de vergunningplicht conform de richtlijnen was. Ook het beroep op artikel 10 EVRM Pro en artikel 19 IVBPR Pro inzake vrijheid van meningsuiting werd verworpen, waarbij het hof en de Hoge Raad stelden dat het vergunningstelsel en de handhaving daarvan binnen de grenzen van noodzakelijkheid en proportionaliteit vallen.
De Hoge Raad bevestigde dat het OM terecht strafrechtelijk heeft opgetreden en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt zonder bewijs van afwijking van het opsporingsbeleid. Ook werd bevestigd dat het vergunningstelsel niet in strijd is met hogere regelgeving en dat het beheer van etherfrequenties een zaak van openbare orde is die beperkingen op de vrijheid van meningsuiting kan rechtvaardigen. De opgelegde voorwaardelijke geldboete werd gehandhaafd, en het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de strafrechtelijke veroordeling van de verdachte wegens het zonder vergunning gebruiken van radiozendapparatuur.