ECLI:NL:PHR:2010:BK7050
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging wederrechtelijk verkregen voordeel bij medeplegen illegale tewerkstelling
In deze zaak staat de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal, verkregen door medeplegen van het laten werken van personen die zich wederrechtelijk in Nederland hebben opgehouden. Het Hof had het voordeel vastgesteld op €180.136,- en dit bedrag ter ontneming aan de Staat opgelegd. De verdediging voerde onder meer aan dat de gebruikte branchegegevens van de Kamer van Koophandel (ERBO-gegevens) niet representatief waren en dat kostenposten onvoldoende in mindering waren gebracht.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat de ERBO-gegevens niet zonder meer als leidraad konden dienen, maar dat het Hof wel rekening hield met meewerkende familieleden en de specifieke omzetverdeling tussen Japanse en Chinese maaltijden. Tevens is geoordeeld dat het Hof terecht de winst pondspondsgewijs heeft verdeeld over de veroordeelden, gezien het ontbreken van harde aanwijzingen voor een andere verdeling.
Daarnaast is de klacht over overschrijding van de redelijke termijn gegrond verklaard. De Hoge Raad stelt dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het tijdsverloop niet tot matiging van het terug te betalen bedrag leidde. De Hoge Raad zal zelf voorzien in compensatie voor deze overschrijding. Verder is bevestigd dat het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden berekend op basis van de netto-opbrengst van de illegale tewerkstelling, en niet slechts op basis van bespaarde kosten door het niet naleven van premies en loonbelasting.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor wat betreft de hoogte van het terug te betalen bedrag en zal zelf voorzien in compensatie voor overschrijding van de redelijke termijn.