ECLI:NL:PHR:2010:BL0105
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Waardering van een geërfde woning bewoond krachtens huurrecht voor successierecht
In deze zaak staat centraal de vraag of bij de bepaling van de waarde in het economische verkeer van een woning die deel uitmaakt van een nalatenschap en die ten tijde van het overlijden van de erflater door de verkrijger krachtens een huurovereenkomst werd bewoond, rekening moet worden gehouden met de waardedrukkende omstandigheid van die bewoning.
Belanghebbende erfde samen met zijn zuster een woning die hij ten tijde van het overlijden huurde van de erflater. De Inspecteur legde successierecht op over de waarde van de woning in vrij opleverbare staat, zonder waardedruk wegens de huur. De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en oordeelde dat art. 21 lid 11 Successiewet Pro 1956 van toepassing is, waardoor geen waardedruk wordt toegerekend aan bewoning door de verkrijger, ook indien die bewoning berust op een huurrecht.
Belanghebbende stelde in cassatie dat deze uitleg leidt tot een onredelijke belasting van een vermogensbestanddeel dat hij reeds bezat en dat de waardedruk van het huurrecht wel degelijk in aanmerking moet worden genomen. Tevens stelde hij dat de regeling leidt tot verboden discriminatie tussen huurders en vruchtgebruikers en tussen mede-erfgenamen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal bevestigt dat de tekst en parlementaire geschiedenis van art. 21 lid 11 SW Pro 1956 duidelijk maken dat bij de waardering geen rekening wordt gehouden met bewoning door de verkrijger, ongeacht of die bewoning berust op een huurrecht. De wetgever heeft expliciet overwogen dat het huurcontract door vererving tenietgaat, zodat geen waardedruk mag worden toegerekend. Hoewel in de literatuur kritiek bestaat op deze regeling, is het oordeel dat de waardering plaatsvindt naar de waarde in vrij opleverbare staat in lijn met de wet en de bedoeling van de wetgever.
De conclusie adviseert het cassatiemiddel te verwerpen en bevestigt dat de woning voor het successierecht moet worden gewaardeerd in vrij opleverbare staat zonder waardedruk wegens huurbewoning.
Uitkomst: De woning wordt voor het successierecht gewaardeerd in vrij opleverbare staat zonder rekening te houden met waardedruk van huurbewoning.