ECLI:NL:PHR:2010:BL9001
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over afwijzing getuigenverzoek in ontuchtzaak minderjarige
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld wegens ontuchtige handelingen met een meisje van elf jaar. Het hof Amsterdam had het verzoek van de verdediging om het minderjarige slachtoffer als getuige te horen afgewezen, met het argument dat het horen van het slachtoffer een traumatische ervaring zou kunnen opleveren. Ter compensatie kreeg de verdediging de mogelijkheid om de video-opname van het politie-verhoor te bekijken.
De Hoge Raad herhaalt de jurisprudentie dat bij het afzien van het horen van een minderjarige getuige een belangenafweging moet plaatsvinden tussen het belang van het slachtoffer en het verdedigingsbelang van de verdachte. Cruciaal is dat het hof het gegronde vermoeden moet onderbouwen dat het welzijn van de getuige door het verhoor in gevaar komt, bijvoorbeeld met een deskundigenrapport of een gemotiveerd eigen inzicht.
In deze zaak bleek uit het arrest en het proces-verbaal niet op welke concrete feiten en omstandigheden het hof zijn oordeel baseerde. Ook het door een deskundige opgestelde rapport bevatte geen overwegingen over mogelijke traumatisering door het verhoor. Hierdoor is de motivering van het hof ontoereikend en kan het arrest niet in stand blijven.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling. Andere middelen van cassatie worden verworpen. De Hoge Raad wijst tevens op het recht van de verdediging op een behoorlijke compensatie indien het slachtoffer niet rechtstreeks kan worden ondervraagd.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling vanwege onvoldoende motivering bij afwijzing van het getuigenverzoek.