ECLI:NL:PHR:2010:BM1076
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Wijziging kinderalimentatie en partneralimentatie bij samenwonen als waren zij gehuwd
Deze zaak betreft het verzoek van een man tot wijziging van de alimentatie voor zijn drie minderjarige kinderen en zijn ex-partner. De rechtbank had eerder een alimentatiebedrag vastgesteld, maar het hof heeft de kinderalimentatie verlaagd vanwege onjuiste gegevens over woonlasten en de partneralimentatie voorlopig op nihil gesteld wegens gebrek aan draagkracht van de man.
De man stelde dat de partneralimentatie moest eindigen omdat de vrouw samenwoonde met een ander als waren zij gehuwd, zoals bedoeld in art. 1:160 BW Pro. Het hof oordeelde dat de vrouw een affectieve, duurzame relatie had en met haar vriend een gemeenschappelijke huishouding voerde, waardoor de alimentatieplicht kon eindigen. Het hof stelde echter dat de vrouw mocht bewijzen dat er geen financiële verwevenheid bestond.
De vrouw stelde cassatie in tegen het oordeel over de kinderalimentatie en de bewijslastverdeling omtrent de partneralimentatie. De Hoge Raad bevestigde dat de cumulatieve vereisten van art. 1:160 BW Pro restrictief worden uitgelegd en dat het hof de juiste maatstaf had toegepast. Het hof mocht de bewijslast op grond van redelijkheid en billijkheid zo verdelen dat de vrouw mocht tegenbewijzen dat geen financiële verwevenheid bestond. De klachten van de vrouw werden verworpen en het cassatieberoep afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen; het hof oordeelde terecht over wijziging kinderalimentatie en bewijslast partneralimentatie.