ECLI:NL:PHR:2010:BM1686
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens ontbreken gerechtvaardigd vertrouwen in sloop loods door gemeente
De zaak betreft een geschil tussen kopers van een woning en de gemeente Midden-Drenthe over schadevergoeding wegens waardevermindering van de woning door het niet slopen van een nabijgelegen loods. De kopers stelden dat zij bij aankoop mochten vertrouwen op sloop van de loods, gebaseerd op een getoonde overeenkomst tussen de gemeente en de eigenaar van de loods, en dat zij daardoor te veel betaalden.
De rechtbank kende de schadevergoeding toe wegens schending van het vertrouwensbeginsel, maar het hof vernietigde dit en wees de vordering af. Het hof oordeelde dat de kopers geen uitdrukkelijke toezegging van de gemeente hadden ontvangen dat de loods zou worden gesloopt en dat het tonen van de overeenkomst niet leidde tot gerechtvaardigd vertrouwen. Ook stelde het hof dat de gemeente niet verplicht was om rekening te houden met de belangen van de kopers bij het besluit om de sloop niet af te dwingen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof. De Raad benadrukte dat het vertrouwen van de kopers niet voldoende was onderbouwd en dat het niet aannemelijk was dat een ambtenaar een concrete toezegging had gedaan. Daarnaast was de waardevermindering niet in causaal verband met het besluit van de gemeente. De vordering tot schadevergoeding werd daarom afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat de gemeente niet aansprakelijk is voor schadevergoeding wegens het ontbreken van gerechtvaardigd vertrouwen in de sloop van de loods.