ECLI:NL:PHR:2010:BM5263
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verschoonbare termijnoverschrijding bij instellen hoger beroep en gevolgen Wet stroomlijnen hoger beroep
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin de verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard in hoger beroep wegens te late indiening. De verdachte had een brief gedateerd 15 maart 2008 verzonden, maar deze kwam pas op 26 maart 2008 bij de griffie binnen, terwijl de beroepstermijn op 18 maart 2008 eindigde.
De Hoge Raad overweegt dat het hof niet gehouden was een nader onderzoek te verrichten naar de reden van de late ontvangst van de volmacht. De Hoge Raad bespreekt tevens de impact van de Wet stroomlijnen hoger beroep (2006) op de jurisprudentie omtrent bijzondere volmachten, waarbij wordt bevestigd dat het verzenden van een volmacht naar een verkeerde justitiële instantie niet automatisch tot niet-ontvankelijkheid leidt, mits de volmacht aan de wettelijke eisen voldoet.
De conclusie is dat de gewijzigde wettelijke regeling geen aanleiding geeft tot een soepelere toepassing dan reeds door de Hoge Raad is aangenomen. Het cassatiemiddel wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van de bijzondere volmacht.