ECLI:NL:PHR:2010:BN7732
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest mishandeling wegens onvoldoende motivering noodweerexces
Op 8 oktober 2004 vond een incident plaats waarbij verdachte een persoon, het latere slachtoffer, duwde en sloeg nadat een vriend van het slachtoffer haringen had weggenomen uit de viskraam van verdachte. Het hof veroordeelde verdachte wegens mishandeling en verwierp het beroep op noodweer en noodweerexces, omdat het duwen en slaan niet binnen de grenzen van noodzakelijke verdediging viel en het gedrag van het slachtoffer niet als een onmiddellijke wederrechtelijke aanranding werd gezien.
De verdediging voerde aan dat het wegnemen van de haringen een wederrechtelijke aanranding vormde en dat het met de borst vooruit toelopen van het slachtoffer een dreiging inhield, wat een noodweersituatie opleverde. Tevens stelde zij dat de hevige gemoedsbeweging van verdachte, veroorzaakt door het incident, het overschrijden van de noodzakelijke verdediging rechtvaardigde (noodweerexces).
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het duwen disproportioneel zou zijn en waarom het met de borst vooruit toelopen niet als onmiddellijk dreigend gevaar voor een wederrechtelijke aanranding werd gezien. Ook is onvoldoende onderzocht of het gedrag van verdachte het gevolg was van een hevige gemoedsbeweging door de aanranding veroorzaakt, waardoor noodweerexces mogelijk was.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar een ander hof voor hernieuwde behandeling. De zaak betreft mishandeling zonder zwaar lichamelijk letsel, en de Hoge Raad benadrukt dat verdachte het mes heeft weggelegd voordat hij handelde, wat meegewogen had moeten worden in de strafoplegging.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor hernieuwde behandeling.