ECLI:NL:PHR:2010:BN8521
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkomen op bindende eindbeslissing in civiele procedure over agentuurovereenkomst
In deze zaak staat centraal of een gerechtshof in hoger beroep mocht terugkomen op een bindende eindbeslissing die het in een tussenarrest had genomen. De zaak betreft een geschil tussen Kojen, een handelsagent uit Turkije, en ABB B.V. over de toepassing van provisieregelingen in een agentuurovereenkomst.
Het hof had in een tussenarrest een bepaald verweer van ABB B.V. verworpen, maar in het eindarrest kwam het hof daarop terug met een gewijzigde interpretatie van een brief uit 1999, zonder dat er nieuwe feiten of informatie waren. Kojen stelde dat dit onrechtmatig was omdat zij niet opnieuw de gelegenheid had gekregen zich uit te laten over deze wijziging.
De Hoge Raad bevestigt dat de leer van de bindende eindbeslissing niet absoluut is en dat een rechter bevoegd is terug te komen op een eerdere eindbeslissing als deze berust op een onjuiste feitelijke of juridische grondslag. Ook een gewijzigde interpretatie zonder nieuwe feiten kan daartoe leiden. Wel moet de rechter partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten, maar dit kan achterwege blijven als partijen zich al over de kwestie hebben uitgelaten en het debat is heropend.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling. Tevens wordt ingegaan op de beoordeling van bewijsaanbod en het belang van een goede procesorde.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof vanwege onjuiste motivering bij terugkomen op bindende eindbeslissing.