Vof Dethapak (hierna: Dethapak) en [verweerder] c.s. hebben bij exploot van 15 juli 1999 [eiseres] gedagvaard voor de rechtbank te Assen en gevorderd, kort gezegd:
* voor recht te verklaren dat de overeenkomst tussen partijen tot het vervaardigen en leveren door [eiseres] aan Dethapak en [verweerder] c.s. van een 3-tal matrijzen - zoals omschreven in de orderbevestiging d.d. 23 september 1998 - buitengerechtelijk is ontbonden per 24 juni 1999;
* [eiseres] te veroordelen om aan Dethapak en [verweerder] c.s., zulks tegen behoorlijk bewijs van kwijting, terzake voormeld te betalen het bedrag van DM 50.000,-- althans de tegenwaarde hiervan in Nederlandse valuta, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze som vanaf 1 juli 1999 tot aan de dag der algehele voldoening, subsidiair vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
* [eiseres] te veroordelen om aan Dethapak en [verweerder] c.s. te vergoeden alle door partij Dethapak terzake voormeld geleden en/of nog te lijden schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juli 1999 tot aan de dag der algehele voldoening, subsidiair vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, op te maken bij staat en te vereffenen als volgens de wet;
* [eiseres] te veroordelen om aan Dethapak en [verweerder] c.s. te betalen de buitengerechtelijke incassokosten, welke ten deze kunnen worden begroot op ƒ 7.134,62 (inclusief BTW en bureaukosten);
* [eiseres] te veroordelen in de kosten van deze procedure, de kosten van de gelegde beslagen daaronder nadrukkelijk begrepen.
[eiseres] heeft de vorderingen bestreden en een reconventionele vordering ingesteld die in cassatie geen rol speelt.
De rechtbank heeft, na een aantal tussenvonnissen van 5 september 2000, 23 januari 2001 en 23 maart 2005 waarbij onder andere een deskundigenbericht is bevolen, bij eindvonnis van 6 juli 2005 in conventie de vordering van Dethapak en [verweerder] c.s. afgewezen.
Tegen de tussenvonnissen en het eindvonnis van de rechtbank hebben [verweerder] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Na een tussenarrest van 4 april 2007 heeft het hof bij arrest van 17 oktober 2007 het vonnis van de rechtbank van 6 juli 2005 vernietigd, alsmede de tussenvonnissen van de rechtbank in deze zaak gewezen voor zover deze dragende gronden bevatten voor genoemd eindvonnis en, opnieuw rechtdoende, voor recht verklaard dat de overeenkomst van 23 september 1998 tussen [eiseres] en Dethapak ([verweerder] c.s.) is ontbonden per 24 juni 1999 en [eiseres] veroordeeld tot betaling aan [verweerder] c.s. van het door hen betaalde bedrag van DM 50.000,-- althans de tegenwaarde daarvan in Euro's, te vermeerderen met de wettelijke rente, alsmede tot vergoeding aan [verweerder] c.s. van alle geleden en nog te lijden schade als gevolg van de tekortkoming van [eiseres] in de nakoming van de overeenkomst, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.