ECLI:NL:PHR:2010:BN9210
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad herstelt onjuiste proeftijd bij veroordeling seksueel misbruik minderjarigen
De verdachte werd door het hof veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, vanwege seksueel misbruik van minderjarige jongens. Het hof motiveerde de straf mede op basis van een psychologisch rapport dat recidivegevaar aangaf. De verdachte had geen eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten.
De Hoge Raad stelde vast dat de proeftijd van drie jaar onjuist was, omdat de wet voor deze categorie misdrijven een maximale proeftijd van twee jaar voorschrijft. Het hof had deze wettelijke beperking moeten respecteren. De Hoge Raad herstelde deze misslag ambtshalve.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden, wat een strafvermindering rechtvaardigt. Het cassatieberoep werd verder verworpen. Hiermee werd de strafoplegging verbeterd en de rechtsgang gewaarborgd.
Uitkomst: De Hoge Raad herstelt de proeftijd tot maximaal twee jaar en beveelt strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn.