ECLI:NL:PHR:2010:BL4038
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering proeftijd en toewijzing wettelijke rente bij verkrachtingszaak
Verdachte is door het Hof te 's-Gravenhage veroordeeld voor verkrachting tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. De benadeelde partij kreeg een schadevergoeding toegewezen van €5.925, terwijl een vordering tot wettelijke rente werd verzuimd te behandelen.
De verdediging voerde diverse middelen aan tegen het bewijs en de motivering van het Hof, waaronder dat het Hof selectief bewijs gebruikte en onvoldoende motivering gaf. De Hoge Raad verwierp deze middelen, benadrukkend dat het aan de feitenrechter is om bewijs te waarderen en te selecteren.
De Hoge Raad stelde vast dat de proeftijd van drie jaar niet in overeenstemming is met de ten tijde van het bewezenverklaarde feit geldende wettelijke maximale proeftijd van twee jaar. Daarnaast herstelde de Hoge Raad het verzuim van het Hof door de verdachte te veroordelen tot betaling van wettelijke rente over het toegewezen schadebedrag.
De overige middelen van cassatie werden afgewezen. De Hoge Raad vernietigde het arrest voor zover het de proeftijd en de afwijzing van de wettelijke rente betreft en bepaalde dat de proeftijd op twee jaar wordt gesteld en de wettelijke rente wordt toegekend.
Uitkomst: De proeftijd wordt ambtshalve teruggebracht naar twee jaar en verdachte wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over de toegewezen schadevergoeding.