ECLI:NL:PHR:2010:BO5994
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing loonvordering en kostenvergoeding na ontbinding arbeidsovereenkomst
De zaak betreft een arbeidsrechtelijke procedure over de ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een bedrijfsjurist bij Comos B.V. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 februari 2007, waarbij een vergoeding werd toegekend. De werknemer vorderde achterstallig loon, vergoeding voor niet opgenomen vakantiedagen, kosten van rechtsbijstand en wettelijke rente.
De werknemer stelde dat de oorspronkelijke loonafspraak van €100 per uur voor vijf uren per week ongewijzigd bleef, terwijl Comos eenzijdig de werktijd en het loon wijzigde. Hij vorderde betaling van loon over de vermeerderde werktijd en bijkomende posten. Het hof oordeelde dat de werknemer onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de oorspronkelijke afspraak bleef gelden en wees de vorderingen af.
Ook de vordering tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand werd afgewezen, omdat het beding in de arbeidsovereenkomst deze kosten niet dekte en de kosten grotendeels betrekking hadden op de ontbindingsprocedure en eerste aanleg. De vordering tot wettelijke rente over de ontbindingsvergoeding werd eveneens afgewezen wegens onvoldoende stellingen over verzuim.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en wijst het cassatieberoep af. Het hof heeft terecht geoordeeld dat de werknemer onvoldoende heeft onderbouwd dat de oorspronkelijke loonafspraak bleef gelden en dat het kostenbeding niet ziet op kosten van rechtsbijstand in arbeidsconflicten. Ook de wettelijke rente is terecht afgewezen wegens gebrek aan verzuimstelling.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vorderingen van de werknemer worden afgewezen.