ECLI:NL:PHR:2011:BP2551
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafbaarheid handel met voorwetenschap bij overnameplannen houdstervennootschappen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte is veroordeeld voor overtreding van artikel 46 (oud) Wet toezicht effectenverkeer 1995 wegens handel met voorwetenschap. Verdachte was directeur van Veer Palthe Voûte N.V. (VPV) en betrokken bij overnameplannen van beursgenoteerde houdstervennootschappen zoals Dordtsche, ME, Maxwell en Calvé.
De kern van het geschil is of verdachte beschikte over niet-openbare, koersgevoelige informatie (voorwetenschap) over fiscale vaststellingsovereenkomsten met het Ministerie van Financiën die essentieel waren voor de haalbaarheid van de overnames en het verzilveren van de koersdiscount in de houdstervennootschappen. Het hof oordeelde dat vanaf 17 september 1999 sprake was van een zodanige bijzonderheid die niet openbaar was en een significante invloed op de koers kon hebben.
De Hoge Raad bevestigt dat de bewezenverklaring en kwalificatie van het hof juist zijn, dat het begrip voorwetenschap inhoudelijk overeenkomt met Europese richtlijnen, en dat het enkele verrichten van transacties met voorwetenschap strafbaar is zonder dat een causaal verband hoeft te worden bewezen. Ook is geoordeeld dat de koersgevoeligheid objectief moet worden beoordeeld en dat de vaststellingsovereenkomst een essentiële voorwaarde was voor een commercieel levensvatbare overname.
De Hoge Raad wijst klachten over de bewezenverklaring, de koersgevoeligheid, de niet-openbaarheid van de informatie en het ontbreken van een causaal verband af. De strafbaarheid van handelen met voorwetenschap in deze context blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor handel met voorwetenschap in strijd met artikel 46 (oud) Wte 1995.