ECLI:NL:PHR:2011:BP2620
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor handel met voorwetenschap bij overname houdstervennootschappen
In deze zaak stond verdachte terecht voor het feitelijk leiding geven aan handel met voorwetenschap door Veer Palthe Voûte N.V. (VPV) in aandelen van beursgenoteerde houdstervennootschappen zoals Dordtsche, ME, Maxwell en Calvé. De feiten dateren uit 1999, toen VPV onderhandelde met het Ministerie van Financiën over fiscale vaststellingsovereenkomsten die essentieel waren voor een succesvolle overname en het verzilveren van een koersdiscount.
Het hof stelde vast dat vanaf 17 september 1999 sprake was van een niet-openbare, koersgevoelige bijzonderheid, namelijk de contouren van overeenstemming met Financiën over de fiscale afdracht. Ondanks deze kennis heeft verdachte, die als statutair directeur ook verantwoordelijk was voor compliance, doorgegaan met transacties in de aandelen van de houdstervennootschappen en gerelateerde fondsen. Dit was in strijd met artikel 46 (oud) van de Wet toezicht effectenverkeer 1995.
De verdediging voerde onder meer aan dat de informatie niet koersgevoelig was en dat er geen zekerheid bestond over de vaststellingsovereenkomst. Het hof verwierp deze verweren en benadrukte dat de informatie concreet en relevant was voor beleggers en dat het enkele handelen met voorwetenschap strafbaar is, ongeacht of er daadwerkelijk voordeel werd behaald.
Vanwege de ernst van de feiten en het feit dat verdachte zich had laten leiden door financieel gewin, legde het hof een geldboete op van €37.500, rekening houdend met overschrijding van de redelijke termijn. De zaak illustreert de strikte toepassing van het verbod op handel met voorwetenschap en de noodzaak van naleving van compliance binnen beleggingsinstellingen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €37.500 wegens feitelijk leiding geven aan handel met voorwetenschap.