ECLI:NL:PHR:2011:BQ5700
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verjaring van vordering tot schadevergoeding tegen politie wegens onjuiste registratie aanrijding
De zaak betreft een vordering van eiser tot schadevergoeding tegen de politie wegens vermeende fouten bij het opmaken van het registratieformulier van een aanrijding waarbij de zoon van eiser betrokken was. De rechtbank wees de vordering af wegens gebrek aan onrechtmatig handelen door de politie en onvoldoende onderbouwing van de schade.
Het hof bekrachtigde dit oordeel en stelde vast dat de vordering verjaard was op grond van artikel 3:310 BW Pro. Het hof verwierp het beroep van eiser op stuiting van de verjaring door brieven van 8 april 2003 en 1 oktober 2003, omdat deze brieven niet ondubbelzinnig het recht op nakoming voorbehouden.
Eiser stelde in cassatie dat het hof ten onrechte oordeelde dat de verjaring op 28 september 2000 begon en dat de brieven wel stuitende werking hadden. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof de juiste maatstaf toepaste en dat de brieven niet als stuiting konden worden aangemerkt. Ook het indienen van een klacht bij de Nationale Ombudsman werd niet als daad van rechtsvervolging beschouwd. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding tegen de politie is verjaard en wordt afgewezen.