ECLI:NL:PHR:2011:BR2086
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij milieudelict opslag biowater
In deze zaak is een varkenshouder veroordeeld voor meerdere milieudelicten, waaronder het zonder vergunning opslaan van grote hoeveelheden bedrijfsafvalwater (biowater) op zijn bedrijf. Het hof verklaarde bewezen dat verdachte willens en wetens zonder vergunning de werking van zijn inrichting had veranderd door het opslaan van biowater, maar wees de ontnemingsvordering van het Openbaar Ministerie af omdat het hof oordeelde dat geen rechtstreeks voordeel was verkregen uit deze opslag.
Het Openbaar Ministerie stelde in cassatie dat het hof het begrip wederrechtelijk verkregen voordeel te beperkt had uitgelegd. Volgens het OM was het opslaan van het biowater wel degelijk mede gericht op het genereren van voordeel, doordat het water werd gebruikt bij de productie van varkensvoer dat verdachte zelf gebruikte en verkocht, en het teveel aan water tegen een lagere prijs kon worden afgevoerd.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onjuist heeft geoordeeld dat geen voordeel uit het strafbare feit is verkregen. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat ook wanneer een strafbaar feit op zichzelf geen rechtstreeks voordeel oplevert, het feit toch kan strekken tot en geëigend kan zijn om voordeel te genereren, en dat voordeel moet worden beschouwd als verkregen door middel van dat feit.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling. De zaak betreft de uitleg van het begrip wederrechtelijk verkregen voordeel in het kader van milieudelicten en ontnemingsvorderingen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van de ontnemingsvordering.