ECLI:NL:HR:2011:BR2086
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij opslag biowater
In deze zaak stond de vraag centraal of de betrokkene voordeel had verkregen uit de opslag van biowater, wat ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel zou rechtvaardigen. Het hof had geoordeeld dat geen voordeel kon worden toegerekend aan de opslag van biowater, omdat de leverancier geen vergoeding betaalde voor opslag en het voordeel uit het gebruik van biowater voor varkensvoer niet aan de opslag zelf kon worden toegerekend.
De betrokkene had in de periode 1998-2001 zonder vergunning grote hoeveelheden biowater opgeslagen op zijn bedrijfslocatie en gebruikte dit biowater als component in diervoeder voor varkens. Hij ontving hiervoor een vergoeding, maar het hof vond dat het voordeel niet voortkwam uit de strafbare opslaghandeling zelf.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn oordeel onvoldoende had gemotiveerd en dat artikel 36e, tweede lid, Sr ook daadwerkelijk genoten voordeel omvat, ook als het strafbare feit op zichzelf geen direct voordeel oplevert maar wel geschikt is om voordeel te genereren. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling van de ontnemingsvordering.
Deze uitspraak benadrukt de ruime uitleg van het begrip voordeel bij ontneming en de noodzaak van een zorgvuldige motivering door het hof bij het afwijzen van ontnemingsvorderingen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting van de ontnemingsvordering.