ECLI:NL:PHR:2011:BR5550
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling rechtspersoon voor computervredebreuk via onbevoegd gebruik ANP-inlogcodes
De zaak betreft de strafrechtelijke vervolging van een rechtspersoon wegens computervredebreuk, gepleegd door onbevoegd inloggen op de beveiligde ARTOS-nieuwsserver van het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) met inlogcodes van derden. De feiten speelden zich af in de periode van 2002 tot 2004, waarbij medewerkers van de verdachte via valse sleutels en inlogcodes van RTV Utrecht en Sky Radio toegang verkregen tot de ANP-database.
De verdediging voerde meerdere verweren, waaronder onbevoegdheid van de rechtbank Den Haag vanwege onjuiste pleegplaatsvermelding, niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wegens willekeur in de vervolging en onvoldoende bewijs voor daderschap en opzet van de rechtspersoon. Het hof verwierp deze verweren, oordeelde dat de rechtbank en het hof Den Haag bevoegd waren, en dat de gedragingen van de individuele redacteuren aan de rechtspersoon konden worden toegerekend.
Bewijsmiddelen bestonden uit politieprocessen-verbaal, verklaringen van getuigen en betrokkenen, een onderzoeksrapport van [D] B.V., en interne documenten van de verdachte en het ANP. Uit deze stukken bleek dat de inlogcodes zichtbaar op de redactie hingen, door meerdere medewerkers werden gebruikt, en dat de leiding van de rechtspersoon op de hoogte was van en opzet had op deze gedragingen.
De Hoge Raad concludeert dat het hof de bevoegdheid correct heeft vastgesteld, dat het verweer tegen de ontvankelijkheid faalt omdat willekeur niet aannemelijk is, en dat het hof voldoende gemotiveerd heeft geoordeeld dat de gedragingen in de sfeer van de rechtspersoon plaatsvonden en dat opzet aanwezig was. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van de rechtspersoon voor computervredebreuk.