ECLI:NL:PHR:2012:BQ6144
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens schending bewijsminimum bij diefstal scooter
Verdachte werd door het gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld voor poging tot doodslag, poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen met inklimming, en meervoudige diefstal door twee of meer verenigde personen. De opgelegde straf bedroeg 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, en een schadevergoedingsmaatregel van € 100 aan de benadeelde partij.
Namens verdachte werd cassatie ingesteld met het middel dat de bewezenverklaring van de diefstal van een scooter uitsluitend steunde op de verklaring van een medeverdachte, zonder voldoende aanvullend bewijs, hetgeen in strijd is met artikel 342 lid 2 Sv Pro (unus testis nullus testis).
De Hoge Raad oordeelde dat de verklaring van de medeverdachte weliswaar steun vond in de herkenning van deze medeverdachte op de gestolen scooter, maar dat de verklaring dat verdachte samen met hem de scooter had gestolen geen steun vond in ander bewijsmateriaal. Het hof had dit onvoldoende gemotiveerd en daarmee artikel 342 lid 2 Sv Pro geschonden.
De Hoge Raad vernietigde het arrest voor zover het de bewezenverklaring van de diefstal van de scooter en de opgelegde straf betreft, en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Ambtshalve werden geen andere vernietigingsgronden aangetroffen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd wegens schending van het bewijsminimum en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.