ECLI:NL:PHR:2012:BQ6144

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
6 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04819
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 342 lid 2 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 8 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt arrest wegens schending bewijsminimum bij diefstal scooter

Verdachte werd door het gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld voor poging tot doodslag, poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen met inklimming, en meervoudige diefstal door twee of meer verenigde personen. De opgelegde straf bedroeg 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, en een schadevergoedingsmaatregel van € 100 aan de benadeelde partij.

Namens verdachte werd cassatie ingesteld met het middel dat de bewezenverklaring van de diefstal van een scooter uitsluitend steunde op de verklaring van een medeverdachte, zonder voldoende aanvullend bewijs, hetgeen in strijd is met artikel 342 lid 2 Sv Pro (unus testis nullus testis).

De Hoge Raad oordeelde dat de verklaring van de medeverdachte weliswaar steun vond in de herkenning van deze medeverdachte op de gestolen scooter, maar dat de verklaring dat verdachte samen met hem de scooter had gestolen geen steun vond in ander bewijsmateriaal. Het hof had dit onvoldoende gemotiveerd en daarmee artikel 342 lid 2 Sv Pro geschonden.

De Hoge Raad vernietigde het arrest voor zover het de bewezenverklaring van de diefstal van de scooter en de opgelegde straf betreft, en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Ambtshalve werden geen andere vernietigingsgronden aangetroffen.

Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd wegens schending van het bewijsminimum en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Conclusie

Nr. 10/04819
Mr. Vellinga
Zitting: 17 mei 2011
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage wegens 1. "Poging tot doodslag", 2. "Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming", 3 primair en 5. "Diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met de bijzondere voorwaarde als in het arrest vermeld. Ook heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 100,-- .Voor dat bedrag is tevens een schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Voorts bevat het arrest enige andere bijkomende beslissingen, een en ander als in het arrest vermeld.
2. Namens verdachte heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat de betrokkenheid van de verdachte bij de bewezenverklaarde diefstal van een scooter (feit 3) louter volgt uit de verklaring van de medeverdachte en het Hof dus het bepaalde in art. 342 lid 2 Sv Pro heeft geschonden.
4. De betrokkenheid van de verdachte bij de bewezenverklaarde diefstal van de scooter volgt inderdaad louter uit de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte]. Weliswaar vindt de verklaring van [medeverdachte] steun in de verklaring van de verbalisant dat hij [medeverdachte] heeft herkend als één van de personen die elf dagen later op de gestolen scooter reed, maar de verklaring van [medeverdachte] dat verdachte toen met hem op die scooter reed en verdachte die scooter samen met hem uit een voortuin vlak bij het [...] heeft gestolen, vindt geen steun in ander bewijsmateriaal. Aldus heeft het Hof het bepaalde in art. 342 lid 2 Sv Pro geschonden, welke bepaling immers voorschrijft dat het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan niet uitsluitend kan worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Het Hof heeft zijn kennelijk andersluidende oordeel niet gemotiveerd.(1)
5. Het middel slaagt.
6. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.
7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft het onder 3 bewezenverklaarde en de opgelegde straf, en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Vgl. HR 26 januari 2010, LJN BK2094, NJ 2010, 512, m.nt. M.J. Borgers, HR 13 juli 2010, LJN BM2452, NJ 2010, 515 m.nt. M.J. Borgers.